Hondenleven
Sinds vorig jaar hebben we weer een hond, Chico. Toen we hem kregen, was hij nog behoorlijk jong. We namen hem mee naar een feestje, en hij
stal ieders hart door heel onbevangen naar iedereen toe te gaan. En iedere hond die hij tegenkwam in het bos, daar rende hij op af: “Zullen
we spelen?” Als ik dat zo bekeek, dacht ik: “Ieder mens zou zo moeten zijn, onbevangen en open naar de wereld. Wat jammer toch dat we dat in
de loop van de tijd verliezen!” Je ziet het ook bij kinderen: als ze heel jong zijn, hebben ze ook dat onbevangene; zij kijken open de wereld
in. En het is precies dat, waardoor mensen vertederd naar een baby of peuter kunnen kijken. ‘Daβ war einmahl’. Ooit waren wij ook zo. En we
hebben het afgeleerd, al weet ik, dat het ergens, diep van binnen, nog steeds aanwezig is: het kleine, onbevangen kind. Wat zou je allemaal
niet voor elkaar krijgen, als je zó het leven instapte. Welke deuren zouden er dan allemaal voor je open gaan, die normaal gesloten blijven?
Maar het heeft ook een keerzijde, en die heb je waarschijnlijk bij het lezen van het voorgaande al gevoeld: je bent zo ook erg kwetsbaar. Kijk
maar naar kleine kinderen. Of onze hond. Hij heeft in het afgelopen jaar ontdekt dat niet alle honden even gezellig zijn. In het beste geval
hebben ze gewoon geen zin om te rennen (hij is nog steeds jong, en dat een andere hond niet wil rennen is voor hem niet echt te begrijpen…),
en in het slechtste geval ontbloten ze hun tanden als Chico te dicht bij komt. Dus heeft hij nieuw gedrag geleerd: bij die honden die hij te
groot vindt, of die onvriendelijk zijn, daar loopt hij met een boog omheen. Soms blaft hij ze nog wel even af… als ze aan de lijn zitten. En
hij loopt niet meer vrolijk naar elke onbekende hond toe. Hij kijkt eerst hoe die hond op hem reageert, voordat hij de andere hond eventueel
uitdaagt om nou eens lekker te gaan rennen! Jammer vind ik dat. Maar het is wel een mooi voorbeeld hoe het gaat in het leven, in de natuur.
Je leert ‘over-leven’ in de omstandigheden waarin je zit. En als die omstandigheden moeilijk of zelfs bedreigend zijn, ga je ander gedrag
ontwikkelen dan wanneer je in een warm nest bent groot geworden. Chico was misschien een heel bang, onderdanig hondje geworden als hij in een
agressieve omgeving terecht was gekomen.
Kijk naar honden, en je leert over mensen. De jonge mensen hebben nog niet geleerd voor zichzelf op te komen, en dat leren ze naarmate ze ouder worden. En wij, volwassenen, hebben het vaak zó goed geleerd, dat we ons inkapselen. Of we grommen als we in bepaalde omstandigheden verzeild (lijken te) raken. Of we gaan anderen ‘afblaffen.’ Hoe nodig het soms ook is om dit soort gedrag te vertonen, het blijft jammer dat we ons ‘jonge-honden-gedrag’ verloren hebben.
Misschien is het mogelijk als we, in veilige omstandigheden (gewoon even snuffelen of het wel veilig is..) onszelf toestaan om weer eens lekker onbevangen te leven!
Kijk naar honden, en je leert over mensen. De jonge mensen hebben nog niet geleerd voor zichzelf op te komen, en dat leren ze naarmate ze ouder worden. En wij, volwassenen, hebben het vaak zó goed geleerd, dat we ons inkapselen. Of we grommen als we in bepaalde omstandigheden verzeild (lijken te) raken. Of we gaan anderen ‘afblaffen.’ Hoe nodig het soms ook is om dit soort gedrag te vertonen, het blijft jammer dat we ons ‘jonge-honden-gedrag’ verloren hebben.
Misschien is het mogelijk als we, in veilige omstandigheden (gewoon even snuffelen of het wel veilig is..) onszelf toestaan om weer eens lekker onbevangen te leven!










